Funeraire Symboliek

Acacia:

De doornenkroon van Christus was een valse acacia, maar meestal wordt dit symbool gebruikt in het kader van de vrijmetselarij: het idee dat de dood overleeft. Het harde hout en het groene loof staan voor eeuwigheid  en onsterfelijkheid.

Acanthus:

De stekels van de plant symboliseren de beproevingen van het leven en de dood. Lijkwagens werden ermee getooid, omdat de overlevende de moeilijkheden eigen aan zijn taak zou hebben overwonnen.

Adelaar: 

  1. Als Christelijk symbool is de adelaar het symbool van de evangelist Johannes. Tevens het symbool van de op kerk neerdalende genade van de geest.
  2. Wanneer vroeger een keizer werd gecremeerd, liet men een adelaar (= symbool van de keizer) naar de 'hemel' vliegen. Dit stond symbool voor het opvliegen van de ziel naar de goden.
  3. De adelaar is als "de koning van de vogels", het symbool van de hemelbestormende macht en weerbaarheid.

Akelei:

Symbool voor het lijden van Christus

Alfa en Omega: De eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet symboliseren God als het begin en het einde van alle dingen.

Komt soms samen voor met het XP-monogram van Christus of met een kroon die verwijst naar het koninkrijk God.

Anjer (of anjelier):

  1. De anjer werd vroeger de nagelbloem genoemd en verwijst naar het lijden van Christus.
  2. Het fungeert bij de dodenverering als bloem van smart en lijden & wordt veelvuldig gebruikt als versiering naast het opgebaarde, dode lichaam.
  3. In de Renaissance wordt ze als liefdespand op verlovingsscènes afgebeeld en staat ze symbool voor het liefdesverdriet.
  4. In de Turkse cultuur fungeert de anjer als gelukssymbool.

Anker:

  1. Symbool van standvastigheid, vastberadenheid en trouw.
  2. Het is ook het symbool voor zeelieden.
  3. Als Christelijk symbool wordt er de band met Christus mee aangegeven: zijn ziel ankeren in Christus is het enige middel om aan de spirituele schipbreuk te ontsnappen.
  4. In combinatie met een kruis en een hart vormt het de drie-eenheid van geloof, hoop en liefde.

Ankh teken of hengselkruis:

Zeer oud Egyptisch symbool voor het leven. 
In de zonnecultus van Achnaton stelde het Ankh teken de overleving van de lichamelijke dood voor.

De vroeg-christelijke Koptische kerk nam het over en gebruikte het als symbool van eeuwig leven en offerdood van Jezus. Het komt vooral voor op graven van mystici, gnostici en esoterici. Ook vrijmetselaars en spirituelen gebruiken dit teken op hun graven.

Aren:

Symbool van Christus, het Brood des Levens en van de eucharistie of het Laatste Avondmaal.

Aronskelk:

De gevlekte aronskelk, die zijn bloem omhoog naar de hemel richt: Heilige moeder Maria.

Arts

Wordt veelal weergegeven zonder kruis eromheen

Esculaap teken:

Het teken is genoemd naar Aesculapius, de Romeinse benaming voor de Griekse god van de geneeskunde Asclepius. Hij was van oorsprong een arts, die later werd vergoddelijkt en als zoon van de zonnegod Apollo werd gezien. In de tempels die ter ere van Asceplius werden opgericht, werd hij meestal afgebeeld met staf en kronkelende slang. Priesterartsen hielden in de tempels slangen, die zij als het symbool van levenskracht zagen.

 

Begraafplaats:

Terrein waar stoffelijke resten van overledenen begraven, bijgezet of verstrooid worden ( ≠ kerkhof)

Bijenkorf:

  1. Symbool voor werklust en ijver.
  2. Op vrijmetselaarsgraven een verwijzing naar de loge "Marnix van Sint-Aldegonde"

Bloem:

De bloem symboliseert de ziel. 
Zoals de bloem haar hart opent naar het zonlicht, zo opent de mens zijn ziel voor God.

Bloemen kunnen ook aanzien worden als hoop, de Opstanding, de eeuwige lente en de paradijsvreugde.

Bloem, geknakte:

Een geknakte bloem symboliseert de vluchtigheid van het bestaan. 

Bloemenguirlande:

Teken van aardse schoonheid die men in het hiernamaals deelachtig wordt. 

Symbool van vruchtbaarheid en geluk.

Boek, dichtgeslagen:

Een dichtgeslagen boek symboliseert het einde van het leven.

In de Joodse symboliek betekent een graf waarop een boek staat afgebeeld dat er een rabbijn begraven ligt.

Boek, openliggend:

  1. Een open boek duidt op een geleerde. Het levensboek waarin alles staat opgeschreven.
  2. Het opengeslagen boek duidt op de band van de overledene met de Bijbel. Vaak ligt de Bijbel op een bepaalde pagina opengeslagen met vermelding van de tekst. 
  3. Een vrouw in de bladzijde of een boekenlegger geeft meestal aan dat de persoon plotseling is overleden.
  4. Openliggende boeken worden momenteel ook gebruikt om gevoelens van nabestaanden mee te delen aan kerkhofgangers (banale teksten verdringen dikwijls de diepgaande en oorspronkelijke symboliek van het boek)

 

Boom:

  1. Een gebroken boom of tak geeft aan dat de overledene jong gestorven is.
  2. Symbool voor de banden tussen hemel en aarde: de wortels dringen in de grond dringen en de takken rijzen naar boven.
  3. De bladeren van de boom wijzen ook naar de levenscyclus: de dood en regeneratie. 
  4. In kruisvorm, gesnoeid of afgebroken staat de boom voor het geloof in de wederopstanding.

Christusmonogram:

In de (verlengde) 'staart' van de P staat de letter X, wat staat voor 'Pax Christi' (Latijn: vrede van Christus)

De persoon is in vrede van Christus gestorven.

Chronogram:

Op oude grafstenen ziet men vaak dat sommige letters groter geschreven staan dan andere.

Wanneer we de optelsom maken van de groter geschreven letters die als Romeinse cijfers moeten geïnterpreteerd worden, bekomen we een getal. Dit getal verwijst meestal naar het stervensjaar van de overledene.

Chrysant:

De Chrysant werd in de vorige eeuw vanuit Japan ingevoerd, waar ze omwille van haar stervormige blaadjes symbool staat voor de zon en het licht, voor kracht en onsterfelijkheid. 

Omdat chrysanten rond november bloeien, werden ze in onze streken populair bij de dodenherdenking. 

Cirkel:

Volmaaktheid, eeuwigheid, zonder begin of einde....

Symbool voor oneindigheid

Cypressen, hulst en klimop:

Ze staan voor de eeuwigheid omdat ze eeuwig groen blijven en hun bladeren niet verliezen. 

Ze verwijzen ook naar droefheid en rouw.

Den:

De den staat symbool voor muze, poëzie en minnezang.

Deur:

Symbool voor de overtocht tussen de wereld van de levenden en het dodenrijk. De overledene, afgebeeld voor een al dan niet op een kier staande deur, behoort tot beide werelden. 

Het beeld van een treurende overlevende voor een gesloten deur benadrukt de onschendbaarheid van de woonst der doden.

Dolfijn:

Volgens fabels zou dit dier de doden begraven

Doodshoofd - skull:

  1. Symbool van de kortstondigheid van het aardse leven.
  2. Symbool van de vergankelijkheid en 'memento mori' (Latijn: gedenk te sterven of bedenk dat je sterfelijk bent) dat de voorbijganger aan zijn eigen dood moet herinneren.
  3. Een schedel met beenderen is een ijdelheidssymbool met een boodschap. Er wordt gewezen op de kortstondigheid van het leven en de betrekkelijkheid van alle aardse bezit.

Doornenkrans:

  1. Symbool van de zonde van de mens en de daaruit voortvloeiende gevolgen.
  2. Het symbool van Christus die de mensen verloste door zijn lijden, waarbij hij een doornenkroon droeg.

 

Draak:

Symbool als bewaker van schatten

Drempel: 

Symbool voor de overtocht tussen de wereld van de levenden en het dodenrijk. De overledene, afgebeeld op een drempel voor een al dan niet op een kier staande deur, behoort tot beide werelden. 

Het beeld van een treurende overlevende voor een gesloten deur benadrukt de onschendbaarheid van de woonst der doden.

Driehoek:

Een gelijkzijdige driehoek met de basis naar onderen staat symbool voor vrijmetselaars.

Druif:

De druif is het teken van leven en dood. 

Druiventros:

  1. Zeer geladen symbool dat naar vruchtbaarheid en lust verwijst. 
  2. Op grafzerken komt de druiventros regelmatig voor en symboliseert er het geduldig wachten op de verrijzenis. 
    Het beeld dat hierachter schuilt, is de druiventros die wacht op de persing om transformeren naar wijn. Wijn staat voor het bloed van Christus waarmee hij de wereld verlost heeft van de zonde. 

 

Duif:

  1. De duif verwijst naar liefde, vrede en verzoening.
  2. De duif verwijst ook naar eenvoud, onschuld en zuiverheid.
  3. In de Christelijke traditie is de duif zittend op een grafsteen, het symbool van de verloste ziel van de overledene, die krachten verzamelt voor de reis naar de hemel.

Duif met olijftak:

De duif brengt vrede en verzoening.

Eenhoorn:

De eenhoorn staat voor zuiverheid en maagdelijkheid.

Ei:

Symbool van geboorte, nieuw leven, de opstanding van Christus.

Eik:

De eik heeft in de oude symboliek al verschillende betekenissen:

  1. Eikenhout wordt als onverwoestbaar beschouwd en was daarom het symbool van de onvergankelijkheid.
  2. De eik was ook het symbool van onsterfelijkheid en eeuwig leven. Al in de oudheid werd aan overwinnaars een lauwerkrans van eikenbladeren gegeven ten teken van onvergankelijke roem.

 

Eikentak, -blad, eikels:

Een eikentak of -blad is een symbool van kracht, stoerheid, macht, onverwoestbaarheid, levenslust, eeuwig leven, onsterfelijkheid en duurzaamheid.

Een eikenblad roept de eeuwigheid op.

Engel:

  1. Hij bewaakt het graf van de overledene.
  2. Hij symboliseert de doodsengel die de ziel van de overledene begeleidt naar het hiernamaals en die hem zal bijstaan bij het oordeel.
  3. Engelenkopje(s)met vleugels, zgn. cherubijntjes, zijn het symbool van de hemelse sferen. De vleugels staan voor de goddelijke opdracht. Ze komen vaak voor op kindergraven.
  4. Engel met bazuin is het symbool voor het laatste oordeel of wijst op faam en roem. In de eschatologie (= een theologisch begrip dat "de leer van de laatste dingen" betekend) is de engel met bazuin een veel voorkomend symbool.
  5. De evangelist Matheus als symbool voor de menselijkheid van Christus.
  6. Een gevleugelde engel kan de godin van de overwinning, Victoria, symboliseren als motief van dood en opstanding.
  7. Draagt de engel een omgekeerde fakkel, dan stelt zij de doodsengel voor.

 

 

Es:

Symbool van de voorzichtigheid

Fakkel / toorts, kaars:

  1. Symboliseert de bezieling en de Heilige Geest, de reinigende vlam en de drager van het Geestelijke licht.
  2. Symboliseert ook de verdrijver van de boze geesten.
  3. Brandende fakkels verwijzen naar de wederopstanding.

 

 

 

Fakkel, toorts omgekeerd:

Een omgekeerde toorts staat voor het uitgedoofde leven en is een attribuut van de dood.

 

 

 

Fakkel, toorts rechtopstaand:

Het symbool van een vrijzinnige levensopvatting en verwijst naar een hernieuwd leven.

Feniks:

  1. Een fabelvogel die zich eens om de zoveel eeuwen in het vuur wierp om er totaal verjongd weer uit te komen. 
  2. Symbool van de wederopstanding.

 

Glas:

Het doorzichtige glas staat symbool voor zondeloosheid en reinheid.

Granaatappel:

  1. Staat in het Christendom symboliek voor Gods zegen en hemelse liefde.
  2. In de Barok komt de granaatappel veelvuldig voor en staat hij voor liefdadigheid en caritas. (naastenliefde)
  3. Bij Feniciërs, Grieken en Romeinen gold de granaatappel als symbool voor vruchtbaarheid en rijk nakomelingschap. Dit door de vele zaadjes die in het sappige en vuurrode vruchtvlees zitten.

Dennenappels worden in onze streken al eens met granaatappels gewisseld.

 

Guirlandes:

Slingers van bloemen en bladeren. Die vind je vaak als gekleurd porselein op zerken of rond zuilen. 

In de oudheid dienden ze als zoenoffer voor de goden.

Ze symboliseren ook de levensloop en de eindigheid ervan.

Hamer en sikkel:

De hamer staat voor de arbeider en de sikkel voor de boer.

De sikkel is tevens het symbool van de Griekse god Kronos, god van de vruchtbaarheid.

Handen:

Twee ineengrijpende handen zijn een symbool van liefde en verbondenheid tussen man en vrouw. 

De handen drukken ook het afscheid uit dat een dode neemt van de nabestaanden of het terugzien in het hiernamaals.

Handen op een kussen met een gebroken ketting ertussen:

Dit is een door de dood verbroken huwelijk.

Handen, gevouwen:

Gevouwen handen symboliseren de toewijding, de onderdanigheid en het smeken om vergeving en verlangen naar het eeuwig leven.

Handen, in elkaar:

Symboliseren het afscheid en tevens de verbondenheid over de dood heen.

 

Handen, verstrengelde:

Verbindt twee grafstenen of twee helften van grafstenen.
Hiermee houden echtelieden elkaar ook na de dood vast.

Hart:

Gestileerd met boezemvormige bovenrand is het hart symbool voor liefde en hartstocht. 

Hart, gevleugeld:

Gebed

Hart, vlammen:

In de Christelijke iconografie uit de baroktijd wordt het hart dikwijls voorgesteld met een vlam erboven. Het symboliseert het mystieke altaar waarop het vuur van de Heilige Geest brandt.
Het verwijst ook naar een religieuze bezieling of een vurige liefde.

 

Hond:

  1. Symbool van trouw, waakzaamheid en huiselijkheid. De hond wordt veelal afgebeeld aan de voeten van de dode.
  2. Symbool als bewaker van de overledene.
  3. Bij de Egyptenaren werd de doodsgod Anubis als een hond voorgesteld.
  4. In de Christelijke iconografie betekent een hond op een grafsteen van een vrouw, dat de vrouw getrouwd was.

Hostie, brood:

Verwijzing naar het lichaam van Christus en het Brood des Levens.

Hostie en miskelk:

Graf van een (Rooms-Katholieke) priester.

Hulst:

Verwijst met zijn stekels naar de doornenkroon van Christus.

Kaarsen:

  1. Graf van een vrouw
  2. Symbool van het goddelijk licht dat de overledene de weg wijst doorheen de duisternis van het dodenrijk naar het eeuwige leven.
  3. Symboliseert ook het licht van Christus: "Lumen Christi".
  4. In de vuursymboliek zien we ook dat vuur de boze geesten verdrijft en als dusdanig blijft ook de dode gevrijwaard van invloeden van boze geesten.

Kaars, gebroken:

Een vroege dood, op jonge leeftijd

Kelk:

Kelken komen voor op graven van priesters.

 

Kerkhof: (≠ begraafplaats)

Een begraafplaats rond een kerk (= gewijde grond)

Kerkhofbloemen:

Bloemen symboliseren de kringloop van leven en dood. De bloem is het hoogtepunt van schoonheid, ze moet verwelken en sterven om zaad voort te brengen en vrucht te dragen. 
De grafkrans staat voor de ontmoeting van deze wereld met de volgende of symboliseert de beloning van een vroom leven in de hemel. De krans is tevens de ouroboros: de cirkelvormige slang die haar eigen staart opeet. De slang vervelt om de zeven jaar en symboliseert daardoor eveneens de kringloop van het leven.
Op niet-christelijke graven komt de ouroboros veelvuldig voor. De lauwerkrans van laurierbladen is door zijn groenblijvende bladeren het symbool van onvergankelijkheid en eeuwig leven.

 

Ketting:

Een ketting symboliseert de verbondenheid, de unie of alliantie met Christus, het christendom of het huwelijk.

Ketting rond de graven:

Afbakening tussen de wereld van de levenden en het rijk der doden.

Kever / scarabee:

Oorspronkelijk een Egyptisch symbool dat de kringloop van het leven symboliseerde. De magie van de metamorfose van larve naar pop en van pop naar kever, steeds opnieuw. De god Chepre, symbool van de opgaande zon, werd in Oud-Egypte voorgesteld als een scarabee.

Teken van wederopstanding in de vroeg-Christelijke kerk. 

Klaproos / papaver:

Deze slaapverwekkende bloem verbeeldt de eeuwige slaap en het korte leven. Ze wordt veelvuldig op graven geplant. De klaproos verwelkt ook snel en verwijst naar de kortstondigheid van het leven. 

In de Griekse mythologie is de klaproos het symbool van Hypnos, de god van de slaap en ook van zijn zoon Morpheus, de god van de droom.

Later het Christelijke symbool van de gelukzalige, tijdelijke slaap. Wie dood was, sliep immers tijdelijk in de gelukzalige wetenschap dat op de dag der wederopstanding eenieder zal gewekt worden door trompet- en hoorngeschal.

 

 

Klaver drie:

Symbool van de heilige drie-eenheid: vader, zoon en de heilige geest.

Klimop:

De klimop is het symbool van het eeuwige leven vanwege zijn altijd groene bladeren. 

De plant, die zich goed vasthecht, verwijst naar trouwe verbondenheid, genegenheid of naar vriendschap tot in de dood.

De klimop houdt de herinnering vast, daarom wordt ze ook als grafbeplanting gebruikt.

Konijn:

  1. Symbool van vruchtbaarheid.
  2. Het is ook veel te zien op kindergraven als symbool van liefde voor dit (knuffel)dier

Korenaren:

  1. Symbool van het Brood des Levens of van Christus.
  2. Gedorste korenaren of gedorste korenschoven zijn ook doodssymbolen.

Krans:

Een krans is een verwijzing naar een beloning van een vroom leven. De cirkelvormigheid staat voor duurzaamheid. 
De krans is ook vaak een symbool van zege over de duisternis en de zonde.

Kruiken en vazen:

Symboliseren niet alleen de urne waar de asse in bewaard werd maar ze hebben ook een zuiverende functie. Ze verwijzen naar reinigingsrituelen waarbij kruiken gebruikt werden die water of oliën bevatten.

Kruis, Gaffelkruis:

Sterk beladen symbool dat zowel door Grieken, Kelten en Germanen gebruikt werd.

  1. Hermes daalt af in de onderwereld met het gaffelkruis in zijn hand.
  2. Bij de Romeinen zien we dat Vergilius zijn held Aenaes met een gouden gaffel in de hand naar het dodenrijk laat vertrekken.
  3. Bi de Germanen geloofde men dat de levenden via het gaffelkruis met de doden contact konden krijgen. 
  4. In de Christelijke symboliek zien we het gaffelkruis als begeleidingssymbool en komt het veel voor op kazuivels. 
  5. Het gaffelkruis vormt ook de krachtlijnen in het pentagram.

 

Kruis, Keltisch:

Het zonnekruis symboliseert de zon die de brom is van alle leven en de wederopstanding in een beter hiernamaals.

Veel grafzerken van gesneuvelde soldaten uit de eerste wereldoorlog zijn in de vorm van een Keltisch kruis.

Kruis, Latijns overlijdenskruisje:

Teken van het einde.

Als Christelijk symbool het teken van het einde van het aardse leven. 

Kruis, Maltezer:

Symbool van de gnostiekers, Tempeliers, Katharen en vroege Christenen. 

Je vindt het dikwijls aan de binnenzijde van grafkelders en sarcofagen waar het dienst deed als beschermingsteken tegen het kwade.

 

Kruis, met lammetje:

  1. Agnus Dei, symbool van zuiverheid en argeloosheid.
  2. Tevens symbool voor de offerdood van Christus. 
  3. Komt veel voor op kindergraven

Kruis, Romeins:

Het symbool van de Christen en de wederopstanding.

Kruis in stralenkrans:

Symbool van de dag der opstanding.

Kussen:

Symbool van de eeuwige slaap. Soms om de waardigheid van de familie te beklemtonen.

Lam:

  1. Christelijk symbool van het Lam Gods dat de zonden van de wereld draagt, een symbool van gelovigen en martelaren.
  2. Het lam, afgebeeld met kruis en nimbus (ring, stralenkrans, lichtschijn) is het symbool van de offerdood van Christus.
  3. Bij kinderen wordt het vaak als symbool voor reinheid en onschuld gebruikt.

Laurier / Lauwerkrans:

  1. Net zoals de meeste wintergroene planten, symboliseert laurier het eeuwige leven. 
  2. Een lauwerkrans van laurierbladeren staat voor onvergankelijkheid, overwinning, roem en eerbetoon.
  3. Een schedel met een lauwerkrans symboliseert de heerschappij van de dood over de levenden. De lauwerkrans behoorde bij de Griekse god Apollo, zoon van Zeus. Apollo was de god die de hoogste en geestelijke schoonheid bezat.
  4. De oudste symboliek van de laurier is die van reinheid. Met laurier werden ook de smetten van vergoten bloed gereinigd.

Leeuw:

De leeuw is het symbool (naast de adelaar) van de adel. De leeuw is immers "de koning van de dieren". Hij belichaamt als symbool kracht, macht en krijgshaftigheid. Bij oude, adellijke graven zien we dan de leeuw ook dikwijls aan de voeten van de afgebeelde overleden persoon zitten of liggen, soms ook op zijn rug liggend als symbool van onderdanigheid aan de afgebeelde persoon.

Lelie:

  1. Vanwege zijn witte kleur is de lelie het symbool van zuiverheid, onschuld en maagdelijkheid en dus ook van Maria en de christelijke barmhartigheid. 
  2. De lelie is ook het teken voor maagden en kloosterlingen.
  3. De suggestieve vorm van de stamper maakt het tot een symbool van liefde en roem.
  4. Lelies plantte men op graven van personen die ten onrechte terechtgesteld waren.

 

Lelietje van dalen:

Symbool van Christus als brenger van het heil en het evangelie.

Linde:

  1. Germaanse dorpsboom die aan Freya is gewijd.
  2. Symbool van de verbondenheid van een gemeenschap en werd daarom ook als vrijheidsboom geplant.
  3. Staat ook symbool voor de verbondenheid van een echtpaar.

Man:

Het symbool met de pijl naar boven symboliseert de man.

Obelisk:

Bij de oude Egyptenaren was de obelisk het symbool van macht.

Later veranderde dit naar standvastigheid en deugd.

Obiit:

Ruitvormig schild dat na het overlijden van een adellijk persoon werd opgehangen in de kerk.

 

Olievaasje:

Een olievaasje symboliseert het eeuwige licht en de onsterfelijkheid.

Olijftak(ken):

De olijfboom kent vele symbolische betekenissen zoals: vruchtbaarheid, zuivering, kracht, overwinning, beloning en vrede. 

In funeraire zin werden olijftakken in rouwkransen vermengd met palmtakken als teken van vrede en roem.

Ouroboros:

De slang die zichzelf in de staart bijt is een symbool voor de eeuwigheid, de uitbeelding van de eeuwige kringloop in de natuur. 

Het symbool wil zeggen: mijn einde is het begin.

 

Palmtak:

  1. De palmtak is het attribuut van Victoria, de godin van de overwinning. Ze symboliseert de overwinning op de dood.
  2. De Christenen namen de palmtak over als symbool van hen die gestorven waren en in het bijzonder de martelaren.
  3. Symbool voor het opstijgen van de ziel en de triomfgang naar het hiernamaals.

Passiebloem:

De drie stempels symboliseren de kruisnagels, de driekleurige krans rondom het bestuivingsorgaan symboliseert de doornenkroon en het gesteelde vruchtbeginsel is het symbool van de kelk des Heren.

Pauw:

  1. Christelijk: Symbool van de verheerlijking en opstanding. 
  2. Algemeen: zonnesymbool (al sinds de Babyloniërs) en in de middeleeuwen symbool voor Vanitas (ijdelheid), Luxeria (overvloed) en Superbia (hoogmoed)

Pelikaan:

Symbool voor Christus: de pelikaan opende zijn borst om zijn jongen met zijn bloed te voeden bij voedselschaarste. 

Pijl:

Symbool van een marteldood en attribuut van de Heilige Sebastianus die in het Colosseum met pijlen werd beschoten.

Ramshoorn:

Op de ramshoorn (of Sjofar) blies de Joodse overledene tijdens het Nieuwjaar en op de grote Verzoeningsdag.

Ringen in elkaar:

  1. Symboliseren de huwelijkstrouw en verbondenheid over de dood heen.
  2. Twee met elkaar verbonden ringen symboliseren de hemel en de aarde en de verbondenheid van twee mensen.
  3. De ring is, net als de cirkel, het symbool van de oneindigheid. Ze zijn de Alpha en de Omega die in elkaar overvloeien.
  4. Betekent zoveel als "gehuwd met". Vaak zijn beide partners in één graf begraven of is een plaats voor de nog levende partner gereserveerd.

Roos:

Symbool van trouw en liefde maar tegelijkertijd ook de vergankelijkheid. 

In de Christelijke funeraire symboliek verwijst de roos naar Maria en het lijden van Christus. De 5 blaadjes van de roos staan voor de vijf wonden van Christus.

Een kerkhof wordt in sommige streken vandaag de dag nog "rozenhof" genoemd. (oa Zwitserland)

 

Roos, geknakt:

Een geknakte roos verwijst naar het door de dood afgebroken leven.

 

Roos, rood:

Rode rozen kan men aantreffen op graven van personen die bekend staan voor het verrichten van goede werken tijdens hun leven en op graven van overleden geliefden.

De overblijvende, die rode rozen verzorgt op het graf van zijn partner, wordt verondersteld niet te hertrouwen zolang hij dit gebruik in ere houdt. Het planten van rozen dateert uit de Romeinse tijd omdat in die tijd, de roos geassocieerd werd met de dood. 

Roos, verdord:

Een verdorde roos verwijst naar het verwelkte lichaam.

Roos, wit:

De witte roos symboliseert de tranen van Maria Magdalena.

Omdat de witte roos ook het symbool is van de maagdelijkheid, wordt een struik van deze rozen op graven van maagden gepland.

Sarcofaag:

Een graf in de vorm van een sarcofaag verwijst naar een belangrijk en invloedrijk persoon.

Schelp:

  1. Christelijk symbool van het graf dat de mens omsluit na zijn dood voor hij mag opstaan. Christus opende na drie dagen zijn graf.
  2. Apostel Jacobus, die in Santiago de Compostella begraven ligt, had de schelp als symbool. Veel pelgrims dragen dan ook de schelp op hun jas of hoed.
  3. Symbool voor vruchtbaarheid, liefde, huwelijk en leven.

Schip:

Symbool voor de eeuwige reis, de eeuwige haven, de hoop of een goeie reis in het hiernamaals.

Staat ook op graven van zeelui.

Sepulture:

Grafkelder

Slakkenhuis / slak met een huisje:

  1. De dodenslaap: de slak slaapt in haar huisje tot de heropstanding.
  2. Symbool voor harmonie: het harmonisch gevormde, spiraalvormige huis.
  3. Het symbool van de zelfgenoegzaamheid: de slak draagt zijn hele bezit mee.

Slang:

De slang is een oud symbool voor leven en dood, gif en genezing, moeder aarde.

 

Spiegel:

Vanitassymbool: Het symboliseert de menselijke ijdelheid en vergankelijkheid. Het wordt vaak voorgesteld als de mens die zich spiegelt en als spiegelbeeld zichzelf met een doodshoofd ziet.

Ster, davidster:

De davidster is een hexagram, een combinatie van twee gelijkzijdige driehoeken. De driehoek met de naar boven gerichte punt zou het mannelijke symboliseren. De driehoek met de naar beneden gerichte punt, het vrouwelijke. De davidster wordt ook "salomonszegel" genoemd.

Bij de vrijmetselaars gebruikt men de zeshoekige ster als logezegel en symboliseert de totaliteit. De vrijmetselaars gebruiken op hun graven de vijfpuntige ster.

 

Ster, pentagram:

In de oudheid was dit het symbool voor welslagen en gezondheid.

In de Christelijke leer staan ze voor de 5 wonden van Christus.

Het pentagram wordt gevormd door een in één lijn getrokken, vijfpuntige ster. Ze wordt ook druïdenster of druïdenvoet genoemd. Het is de symbolische weergave van de weg die de mens volgt in zijn streven naar volmaaktheid. Het is een sterk energiegeladen teken en was het symbool voor de alchemisten.

Ster, zespuntig

De zespuntige ster staat voor licht in de nacht (de dood).

Strobloem:

Staat voor de onsterfelijkheid

Taxus:

De taxus heeft dezelfde symboliek als andere groenblijvenden. Taxus werd echter veelvuldig gebruikt als omheining van kerkhoven en boerenerven. De plant zou een geestwerende kracht hebben die de boze geesten buiten (of binnen) houdt. 

Taxus is een zeer giftige plant!

Treurbomen:

Bomen zoals de treurwilg en treurberk: De hangende takken en bladeren symboliseren het verdriet, de overgave en de gelatenheid.

De treurwilg is het symbool van rouw en verdriet. De hangende takken symboliseren de tranenstroom die in de aarde verdwijnt.

Voor de Germanen was de wilg het symbool van de dood. 

 

 

 

Treurende figuur:

Bijna altijd een vrouw die de rouw van de nabestaanden belichaamt.

 

Uil:

Uilen hebben steeds een bijzondere betekenis gehad, zowel in positieve als negatieve betekenis. Zij zijn onder andere het symbool van waakzaamheid en kennis omdat zij de duisternis kunnen uitkammen.

Zij staan op grafstenen afgebeeld en fungeren er als wakers tot de dag der heropstanding. Anderzijds geloofde men, dat als de uil roept in de nacht, er spoedig een dode zou volgen.

 

 

Urne:

Een heel oud symbool van de dood en de rouw. 

Een urne op een graf is vaak deels bedekt met een sluier. Zo een sluier betekent zich afwenden van de buitenwereld, het bedekken of afdekken van het leven.

Veer of pluim:

Het symboliseert de lichtheid van de ziel die opstijgt naar het hiernamaals. Vleugeltjes of pijltjes hebben dezelfde betekenis.

 

Viooltje:

Het viooltje staat omwille van de kelkvormige blaadjes voor vruchtbaarheid en onsterfelijkheid.

Vis (Ichthus):

Symbool voor het leven.

Het symbool is afgeleid van het Griekse woord voor vis: Ichthus. Het verwijst naar Jezus Christus, "visser van mensen". De eerste Christenen gebruikten in de tijd dat het Christendom nog verboden was, dit teken om zich als Christen herkenbaar te maken. Zij tekenden een visje met hun voet in het zand of met krijt op de muur.

Vlam, eeuwige:

De eeuwige vlam staat voor de voortdurende herinnering.

Vleermuis:

De vleermuis staat voor de duivel, het kwaad, de nacht en de dood.

Vlierboom:

Vlierstruiken of vliertakken werden in de nabijheid van graven geplaatst om heksen van de overledenen verwijderd te houden.

Vlinder:

De vlinder heeft meerdere symbolische betekenissen:

Algemeen: De vlinder symboliseert de kortstondigheid van het leven, dit vanwege zijn teerheid en korte levensduur.

Voor Christenen is de dood de overgang naar een beter leven, de overgang van een tranendal naar het hemelse koninkrijk.

De vlinder symboliseert hierbij:

  1. Bij het sterven van de mens ontstijgt de ziel haar stoffelijk omhulsel, zoals een vlinder haar pop.
  2. De drie stadia die de ziel doorloopt: leven, dood en wederopstanding.

Vogel:

Graf van een vrouw

Vrouw:

Het symbool met de pijl naar beneden symboliseert de vrouw.

Waterschenkende kan en schaal:

Graf van een Leviet, een Joodse tempeldienaar, die de kan en de schaal hanteert bij de rituele handwassing van een priester.

Wiel:

Cirkel met vier diagonalen: symbool van de eerste Christenen en verwant aan het maltezer kruis.

Wijnruit:

Ruta graveolens: dit werd in vroegere eeuwen op graven geplaatst van personen die van de pest gestorven waren.

Een takje van deze geneeskrachtige en geestverdrijvende plant werd door de dragers van de kist tussen de tanden geklemd als voorbehoedsmiddel tegen de zwarte dood als zij een pestlijder ten grave droegen.

Zandloper:

Vanitassymbool dat de mens eraan herinnert dat ijdelheid en vergankelijkheid dicht bij elkaar liggen.

Een lege zandloper geeft aan dat iemands tijd is gekomen.

Als symbool van de dood kwam de zandloper voor het eerst voor in de middeleeuwen.

De omkeerbaarheid van de zandloper wordt in de Christelijke traditie gezien als het nieuwe leven na de wederopstanding.

 

Zandloper met vleugels:

De zandloper die voorzien is van vleugels met links de vleugel van een duif en rechts de vleugel van een vleermuis.

De betekenis van de vleugels is dat het leven vervliegt bij dag en nacht, goed en kwaad, gepaard gaande met de vergankelijkheid van de mens.

Zuil, gebroken:

Afgebroken zuilen geven aan dat iemands leven plotseling is geëindigd. Deze personen vonden de dood door een ongeluk of moord. 

Het symboliseert de afgebroken levenszuil. Merk op dat de zijkant van de zuil gepolijst is en op het breukvlak werd de steen ruw gelaten.

Zeis:

De zeis is het symbool van de dood. De dood wordt ook wel de grote maaier genoemd, die oogst aan het einde der tijden. 

In de vroege middeleeuwen werd de dood al afgebeeld als een skelet met een zeis in de rechterhand. De zeis symboliseert ook de onverbiddelijkheid van de dood.

De zeis (sikkel) was ook een attribuut van de Romeinse god Saturnus, de god van de landbouw. In de middeleeuwen werden de goden geassocieerd met planeten. De planeet Saturnus werd beschouwd als koud, sinister en verweven met de dood. De zeis werd vaak afgebeeld met een doodshoofd, Magere Hein of Kronos: de Griekse god van de tijd.

 

 

Zon:

De zon wordt meestal half weergegeven.

De zonsondergang duidt op het einde van een leven.

De zonsopgang duidt op een inhouden voor een nieuw leven.

Zwaan:

De zwaan is het symbool van de eeuwige trouw. De zwaan leeft namelijk streng monogaam en blijft vrijwel altijd alleen voor de rest van zijn leven als hij zijn partner verliest.

Laatste update: Februari 2019